• NL
  • WIE
 

Hoe de gevel het langst zuiver houden?

Aandachtspunten bij ontwerp

Iedere gevelsteen heeft een bepaalde porositeit en neemt water op. Met dit regenwater komt er allerlei vervuiling (pollutie, zure regen, stof, uitlaatgassen,…) mee. Deze vervuiling zet zich vast in de poriën van de stenen. De steen patineert.
 
Deze natuurlijke vervuiling doet zich dan ook meest voor op de meest vochtige plaatsen (westgevel, op de hoeken van de vensterbanken,…). Ook is het zo dat dit fenomeen meer opvalt op een “licht gekleurde” steen.
 
Een feit is dat een aantal zaken bij het bouwen in acht genomen kunnen worden:
  • Platte daken: de afwerking van de platte daken moet voldoende ver uitsteken en moet een druiprand bevatten. Een goede oplossing is de deksteen in negatieve afhelling te leggen zodat het water naar het platte dak afloopt.
  • Raamdorpels: raamdorpels moeten aan de zijkant voorzien zijn van een opstaande rand en een druiprand onderaan. Een goedkope oplossing bestaat erin de randjes te laten opkleven.
  • Oversteek van een gebouw: hoe breder de oversteek, hoe minder de kans dat het water rechtstreeks met de gevel in contact komt.
  • Het beschermen van de onderkant van de gevel tegen opspattend vuil.
  • Wanneer de oriëntatie en of ontwerp van de woning zo is gekozen dat een snellere vervuiling kan optreden kan men de woning behandelen met een waterwerend product.

Reinigen van de gevel

Men kan het gevelmetselwerk met water onder hoge druk reinigen, erop lettend dat men met een druk niet hoger dan 70 bar werkt en met een V-straal onder een hoek van 45° ten opzichte van het te reinigen oppervlak. Men doet eerst een test op enkele stenen om na te gaan of het zand niet van de stenen wordt afgespoten en of de stenen niet beschadigd worden.
 
Indien de test niet het gewenste resultaat geeft, kan gebruik gemaakt worden van reinigingsproducten voor gevels of hydrosablage.
 
Hydrosablage is meer bekend als de zachte uitgommethode. Hierbij worden drie componenten, granulaat, water en lucht, via aparte kanalen naar de spuitkop gevoerd. Er wordt gewerkt onder zeer lage druk (0,5 tot max.4bar) waardoor een perfect resultaat wordt verkregen en dit met een minimale tot geen beschadiging aan het te reinigen oppervlak. Het water dient uitsluitend om de stofproductie te minimaliseren en bezit verder geen enkele reinigingseigenschap. Het granulaat wordt via een speciale spuitkop al wervelend op de ondergrond aangebracht. Op deze manier verkrijgt men het zacht uitgommen.
 
Ook het gebruik van reinigingsproducten of het toepassen van hydrosablage vergt een voorafgaande  test op enkele stenen om het effect na te gaan.

Hydrofoberen van de gevel

Onder impregneren met een hydrofobeermiddel wordt een behandeling verstaan waarbij metselwerk tot een zekere diepte wordt behandeld. Hydrofobeermiddelen hebben waterafstotende eigenschappen en kunnen daarmee de waterwerende eigenschappen van metselwerk verbeteren. Dit zou ook kunnen met een pure oppervlaktebehandeling zoals een verfsysteem. Het voordeel bij impregneren is dat het echter gaat om een dieptebehandeling die verder onzichtbaar blijft.
 
De reden waarom soms geïmpregneerd wordt, is dat baksteenmetselwerk een poreus karakter heeft en daardoor op natuurlijke wijze vocht opneemt dat tijdens een droge periode aan de oppervlakte weer uitdampt. Hydrofobeermiddelen zijn initieel bedoeld om vochtindringing in de gevel van buitenaf tegen te gaan. Het feit dat de gevel hierdoor minder snel of niet vuil wordt, is zeker een meegenomen voordeel.
 
Heel belangrijk is dat u het hele gebouw behandelt. Wanneer u slecht 1 gevel zou behandelen, dan zal al snel een differentiële veroudering van de gevels merkbaar zijn.
 
Een hydrofuge dient om de 5 à 10 jaar te worden herplaatst (zie hiervoor de fabrikant zelf).
 
Om tot goede resultaten te komen, is kennis van de te behandelen ondergrond en van de toepasbare middelen een eerste vereiste. Niet elk middel is geschikt voor elke ondergrond. Impregneren met een hydrofobeermiddel is een behandeling die het beste door gekwalificeerde bedrijven kan worden uitgevoerd.
 
Het hydrofobeermiddel moet ook voldoende dampdoorlatend zijn. Eventueel condensvocht moet nog steeds naar buiten kunnen. Indien men geen dampdoorlatendheid naar buiten heeft, kan het vocht zich een uitweg zoeken waardoor men vochtproblemen kan krijgen binnen de woonst.
 
Het hydrofobeermiddel moet doorgaans in minimaal twee opeenvolgende behandelingen worden aangebracht, bij voorkeur door middel van airless spuiten. Volg hierbij steeds de adviezen op van de fabrikant van het hydrofobeermiddel.  Ga na of het oplosmiddel van het te gebruiken preparaat onschadelijk is voor eventueel aanwezige voeg-, afdichtings- en isolatiematerialen of bitumineuze dakbedekking. De waterwerende laag moet voldoende indringdiepte krijgen. Een te vochtige gevel moet om die reden eerst voldoende drogen.
 
Vers metsel-, voeg- of pleisterwerk heeft een hoog alkaligehalte. Alkalische stoffen tasten hydrofobeermiddelen aan waardoor de hydrofoberende werking afneemt. Het is daarom niet aan te raden direct na beëindigen van het metsel- of voegwerk te impregneren. Bovendien mag niet binnen vier weken worden ingegrepen in het chemisch uithardingsproces. Voor dit uithardingsproces is ook water nodig waardoor vroegtijdig impregneren het uithardingsproces verstoort.
 
Na ongeveer vier weken is ook het alkaligehalte zover gedaald dat de gevel kan worden gehydrofobeerd. Schrijnwerk en andere bouwdelen moeten beschermd worden tegen het middel (afplakken): het hydrofobeermiddel is achteraf moeilijk te verwijderen.

Anti-graffiti

Om opzettelijke vervuiling door graffiti te kunnen bestrijden, wordt een impregneer- en filmvormend middel aangebracht. Boven het gedeelte dat behandeld wordt, moet een waterkering en open stootvoegen worden aangebracht.
terug naar boven