Wat blijft wél bestaan?
Hoewel er bespaard wordt, blijft een belangrijk deel van de ondersteuning overeind voor wie in de lagere inkomenscategorieën valt.
De Mijn VerbouwPremie blijft bestaan voor onder meer:
- dak-, muur-, vloer- en raamisolatie
- warmtepompen en warmtepompboilers
- bepaalde elektriciteits- en sanitairwerken die bijdragen aan energiezuinigheid
Ook hogere inkomens behouden een beperkte steun voor warmtepompen, zij het in afgeslankte vorm. Zo bedraagt de premie in doelgroep 1:
- €1.500 voor een lucht-waterwarmtepomp
- €800 voor een hybride systeem
- €450 voor een warmtepompboiler
De Mijn VerbouwLening blijft eveneens behouden. Deze voordelige lening tot 60.000 euro biedt een rente die lager ligt dan de wettelijke rente. Voor gezinnen met een lager inkomen wordt de korting groter, waardoor de rente soms bijzonder laag kan uitvallen (maar nooit negatief wordt).
Verder blijft de Vlaamse aanpassingspremie bestaan voor woningen die worden aangepast aan oudere bewoners. Die kan tot 50% van de kosten terugbetalen.
Wie in 2026 asbest uit het dak laat verwijderen én zonnepanelen plaatst, kan nog rekenen op een premie van 12 euro per vierkante meter via Fluvius.
Eigenaars met zonnepanelen en een terugdraaiende teller krijgen bovendien een laatste kans op een vergoeding voor de plaatsing van een digitale meter, tot maximaal 3.750 euro, op voorwaarde dat de meter vóór eind december 2026 is geïnstalleerd en geregistreerd.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor gezinnen met een hoger of gemiddeld inkomen wordt renoveren vanaf 2026 duidelijk duurder. Meerdere steunmaatregelen verdwijnen en de inkomensgrenzen sluiten een groot deel van de eigenaars uit. Wie nog wil profiteren van bestaande voordelen, wacht dus best niet te lang.
Voor wie in de lagere inkomenscategorieën valt, blijft de kern van de renovatiesteun gelukkig behouden. De overheid kiest er bewust voor om vooral daar haar middelen te blijven inzetten.
Alle info kunt u ook terugvinden op de website van de overheid: Premies voor renovatie | Vlaanderen.be