Hoe voorkomt u stormschade aan een bestaand dak?
Heeft u al een woning met een hellend dak? Dan is het belangrijk om de staat van uw dak regelmatig na te kijken.
Controleer uw dakpannen
Ga na of er geen dakpannen losliggen. Losliggende pannen moeten zo snel mogelijk worden vastgemaakt om te voorkomen dat ze bij harde wind wegwaaien.
Controleer ook op ontbrekende of gebroken dakpannen. Beschadigde dakpannen vervangt u best zo snel mogelijk. Zo voorkomt u dat de wind onder de dakbedekking komt en nog meer pannen losrukt. Het kan daarom handig zijn om enkele reservepannen op voorraad te houden.
Hou bomen rond uw woning onder controle
Grote bomen in de buurt van uw woning kunnen tijdens een storm schade veroorzaken aan uw dak. Snoei bomen regelmatig en verwijder dode of beschadigde takken. Zo verkleint u het risico dat afbrekende takken op uw dak terechtkomen.
Hoe beperkt u stormschade bij een nieuw dak?
Gaat u bouwen of uw dak renoveren? Dan kunt u bij het ontwerp en de plaatsing van uw dak al verschillende maatregelen nemen om stormschade te beperken.
Zorg voor een correcte verankering van de dakpannen
Een goede verankering is essentieel om te voorkomen dat dakpannen loskomen bij hevige wind.
Daarbij is het niet alleen belangrijk dat de dakpannen correct in elkaar liggen, maar ook dat de juiste hulpstukken worden gebruikt. Gebruik daarom verankeringsmiddelen die specifiek ontwikkeld zijn voor het gekozen type dakpan en volg steeds de geldende plaatsingsvoorschriften.
Doordat daken vandaag beter geïsoleerd worden, neemt ook de belasting van de dakbedekking onder invloed van wind toe. Daarom werd in 2010 een nieuwe Europese norm ingevoerd voor de berekening van de verankering. Ook in TV 240 van het WTCB (2011) wordt uitgebreid aandacht besteed aan de verankering en de berekeningsmethode.
Bereken de juiste verankering
Met de verankeringsmodule van wienerberger kunt u berekenen hoeveel dakpannen in de verschillende dakzones verankerd moeten worden.
Daarbij gelden enkele belangrijke aandachtspunten:
- Gevelpannen moeten steeds één op één worden verankerd.
- Vorsten moeten steeds één op één worden verankerd.
- Dakpannen binnen een zone van één meter rond dakdoorbrekingen en dakkapellen moeten worden verankerd.
- Alle dakpannen op dakkapellen moeten worden verankerd.
De tool houdt bovendien rekening met zones die meer of minder worden blootgesteld aan windbelasting.
Zelfs wanneer alle dakpannen correct verankerd zijn, blijft schade bij uitzonderlijke weersomstandigheden uiteraard mogelijk.
Gebruik ventilatiepannen
Ventilatiepannen kunnen helpen voorkomen dat dakpannen van het dak waaien.
Deze pannen worden ongeveer één meter onder de nok geplaatst, waar de windbelasting het grootst is. Ze zorgen ervoor dat de overdruk onder de dakpannen wordt opgeheven. Daardoor wordt er niet langer zowel aan de boven- als onderzijde druk uitgeoefend op de dakpan, waardoor de wind de pan minder gemakkelijk van het dak kan zuigen.
Eén ventilatiepan per 1,5 meter volstaat om voor druknivellering te zorgen.