Bepleisteren

Luchtdicht bouwen onder de loep

De luchtdichtheid van gebouwen speelt een belangrijke rol bij de energieprestaties.

Om een goede luchtdichtheid te verkrijgen wordt een luchtscherm geplaatst. Bij een wand met snelbouwstenen, zoals Porotherm binnenmuurstenen, is dit luchtscherm de pleisterlaag. Er moet voldoende aandacht besteed worden aan de detaillering van de aansluitingen tussen de verschillende schildelen en de doorboringen van het luchtscherm.

  1. Aansluitingen met vloerplaten
  2. Contactdozen en leidingen
  3. Binnendeuren in de buurt van een gevel
  4. Aansluitingen aan hellende daken
  5. Aansluitingen aan platte daken
  6. Aansluitingen aan schrijnwerk
  7. Uitvoering van doorboringen
     

Aansluitingen met vloerplaten

De ruwbouwplaat kan door middel van een cementering luchtdicht aangesloten worden op de bepleistering, die als binnenafwerking van de wand wordt toegepast. De cementering vertrekt op de ruwbouwplaat over een afstand van minstens 10 cm, en stopt net onder de waterkering onderaan de muur. Het pleisterwerk stopt boven de waterkering. Indien doorgedreven luchtdichtheden nagestreefd worden, wordt de cementering luchtdicht aangesloten op het pleisterwerk door middel van een luchtdichte en overpleisterbare folie.

De aansluiting van de muur op het plafond kan gebeuren door het pleisterwerk in te snijden en te voorzien van een voldoende brede en luchtdichte soepele voeg.
 

Contactdozen en leidingen

Contactdozen, schakelaars en leidingdoorvoeren voorziet men bij voorkeur niet in de buitenmuren. Komen ze toch voor, dan moet de nodige zorg besteed worden aan het uitcementeren en pleisteren ter hoogte van de sleuven en inbouwdozen. Men moet in ieder geval zorgen voor een luchtdichte aansluiting tussen de bepleistering en de contactdoos. Bij hoge eisen op het gebied van luchtdichtheid kan men gebruik maken van contactdozen met een verbeterde luchtdichtheid. Het is ook aangewezen om de zekeringkast binnen het beschermde volume te plaatsen.
 

Binnendeuren in de buurt van een gevel

Komt er een deuropening in een dwarsmuur in de buurt van een buitenmuur, dan moeten de slagen in het metselwerk luchtdicht afgewerkt worden. Dit kan door de slagen te pleisteren of te cementeren.
 

Aansluitingen aan hellende daken

Vanaf de ontwerpfase moet er op gelet worden dat het luchtscherm van het dak goed aansluit op hetzij het luchtscherm (=pleister) van de muur, hetzij de luchtdichte betonnen vloer.

Voor de aansluiting tussen het luchtscherm van het dak en de wandbepleistering kan men gebruik maken van aansluitbanden, die de luchtdichte verbinding verzorgen. Er bestaan ook pleisterprofielen met een geintegreerd net, waarachter het luchtdichte scherm van het dak wordt geklemd. Er moet voldoende overlap tussen luchtdicht scherm en pleister worden voorzien.
 

Aansluitingen aan platte daken

Zware platte daken

Het aanbrengen van een pleisterlaag kan de luchtdichtheid van de verbinding dakvloer/buitenmuur verzekeren. In de hoek tussen beide elementen kan het pleisterwerk doorgesneden worden, waarna men de ontstane voeg vult met een elastische voegvulling..

Men moet voorkomen dat (elektriciteits-)leidingen door de volledige dikte van de draagvloer lopen en op die manier de luchtschermen doorboren. Het is dus aan te raden de leidingen te plaatsen nog voor het storten van bijvoorbeeld een druklaag.

Lichte platte daken

Het dampscherm van het lichte plat dak moet luchtdicht aansluiten op de bepleistering.
 

Aansluitingen aan het schrijnwerk

Het luchtdicht aansluiten van het buitenschrijnwerk op de binnenbepleistering kan gebeuren door gebruik te maken van een omkasting, het plaatsen van dichtingsmembranen, luchtdichte elastische schuimen, het uitpleisteren van alle slagen en elastische kitvoegen en combinaties hiervan.

Bij grotere isolatiediktes komt het schrijnwerk tussen de spouwisolatie te zitten, dus een eind buiten het binnenspouwblad. Bij zware beglazing is een multiplexkader rond het schrijnwerk aangewezen. De omkasting loopt gelijk met de binnenzijde van het binnenspouwblad waarin ze verankerd wordt. Tussen het buitenschrijnwerk en het multiplexkader wordt een luchtdichte kit aangebracht. De eventuele holte tussen omkasting en binnenmuur wordt opgevuld met isolatie. Het multiplexkader en de binnenbepleistering worden luchtdicht met elkaar verbonden aan de hand van luchtdichtingsfolies. Bepaalde fabrikanten ontwikkelden ook performante schuimen om de luchtdichte aansluiting te realiseren, zonder gebruik van folies.

Een andere mogelijkheid is het verankeren van het buitenschrijnwerk met doken in het binnenspouwblad. Dit kan enkel bij kleine ramen met een laag gewicht, die niet te ver voorbij het binnenspouwblad komen. Ook hier kan een luchtdichtingsfolie gebruikt worden, die aan de zijkant van het buitenschrijnwerk wordt gekleefd en ingepleisterd. Het is belangrijk dat de doken de folie niet perforeren.

Een eenvoudige en goedkope oplossing is het uitpleisteren van alle slagen, ook de bovenen onderslag om te komen tot aanvaardbare niveaus van luchtdichting.

Tabletten worden pas gelegd nadat ook onderaan de luchtdichte aansluiting op het raam is gerealiseerd.
 

Uitvoering van doorboringen

Zoals reeds eerder gemeld is het aan te raden om leidingen, kanalen en kabels zo veel mogelijk binnen het beschermde volume te integreren. Het zal in sommige gevallen evenwel noodzakelijk zijn om ook in ruimtes buiten het beschermde volume (bijv. zolders, kruipruimten…) bepaalde leidingen en kanalen aan te brengen. Deze doorboren dan het luchtscherm. Zowel de positionering van de leidingen (ver genoeg uit elkaar), als de hulpstukken om de afdichting te realiseren zijn van belang.

De binnenbepleistering vervult de rol van luchtscherm. Elke doorboring door de bepleisterde buitenwand van het beschermde volume wordt luchtdicht afgewerkt met behulp van voorgevormde moffen, kleefband, gewapende vloeibare afdichting,…

Schrijf je in op de nieuwsbrief

Altijd op de hoogte

Registreer en we houden u op de hoogte van de laatste nieuwtjes en bijkomend advies.