Hoe worden de plaats en afstand van dilatatievoegen bepaald?
De beste plaats en de afstand tussen de dilatatievoegen dient bepaald te worden door de ingenieur conform de bepalingen uit NBN EN 1996-2 ANB en de richtlijnen in de STS 22.
De plaats van de dilatatievoegen wordt onder meer bepaald door:
- - de geometrie van het gebouw
- - het muurtype
- - specifieke bouwdetails
- - esthetische vereisten
Ook de afstand tussen de uitzettingsvoegen hangt af van de geometrie van het gebouw en de eigenschappen van het metselwerk.
Wat is de maximale afstand tussen bewegingsvoegen?
Eurocode 6 (NBN EN 1996-2 ANB) vermeldt een maximale afstand van 12 m tussen de bewegingsvoegen (voegdikte 10 à 15 mm) bij ongewapende niet-dragende buitenwanden in baksteenmetselwerk.
Mits relevante ervaring en indien aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt, mag deze afstand verhoogd worden tot 18 m.
De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in de STS 22 en worden onder meer bepaald door:
- - het type mortel
- - de bewegingsvrijheid van het buitenspouwblad ten opzichte van het binnenspouwblad
- - verzwakkingen in het metselwerk, zoals raam- en deuromlijstingen of profielen
- - de effectieve blootstelling aan hygrische en thermische schommelingen
Daarnaast speelt ook de afstand tussen een bewegingsvoeg en een starre verbinding (ingeklemde voeg) een belangrijke rol. Deze afstand mag slechts de helft bedragen van de reguliere afstand tussen twee bewegingsvoegen.
Invloed van metselwerkwapening
Door het gebruik van metselwerkwapening kan de afstand tussen twee voegen met maximaal 40% worden vergroot.
Horizontale dilatatievoegen
Naast verticale dilatatievoegen kunnen ook horizontale dilatatievoegen noodzakelijk zijn.
Algemeen wordt aangenomen dat de maximale afstand tussen horizontale voegen van 10 tot 15 mm ongeveer 9 meter bedraagt.
Tijdens het metselen worden de dilatatievoegen open gelaten. Achteraf worden ze opgevuld met een onrotbaar en samendrukbaar materiaal. Aan de zichtzijde wordt de voeg vervolgens elastisch afgekit.
Belangrijk aandachtspunt
Plaats de spouwhaken naast de dilatatievoeg nooit verder dan 50cm van de dilatatievoeg.
Esthetische integratie van dilatatievoegen
Wanneer de verticale lijnen van de elastische voegen niet meegenomen werden in het esthetische ontwerp, kunnen deze als visueel storend ervaren worden. Deze voegen achter een regenpijp plaatsen of werken met een ‘verspringende’ gevel kan hier een oplossing voor bieden.
Dilatatievoegen zijn geen zetvoegen
Dilatatievoegen mogen niet worden verward met zetvoegen. Zetvoegen (of: zettingsvoegen) zijn voegen die verscheidene bouwdelen volledig van elkaar scheiden. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn om zettingsverschillen van de ondergrond op te vangen. Deze lopen dus doorheen het volledige gebouw, inclusief de fundering.