verwerken Porotherm snelbouw

Algemene Porotherm verwerkingstips

Een binnenmuur optrekken met Porotherm binnenmuurstenen kan klassiek met mortel, maar ook met het Porotherm Lijm-Systeem en met Porotherm Dryfix. Hier hebben we algemene tips verzameld om Porotherm binnenmuurstenen te verwerken.

Mortel

Voor het metselen van de binnenmuurstenen gebruikt men best de volgende mortelsamenstelling: 300 kg cement CEM II/A-M (vroeger PPz30) of CEM 42,5 (vroeger P40) per m³ middelgrof natuurlijk zand. Voor het bereiden van de mortel gebruikt men zuiver water en zo nodig hulpstoffen. Bij het vermetselen bij koud weer moeten de mortels een hogere cementdosering krijgen. Men gebruikt dan ook beter CEM 42,5 (vroeger P40) in plaats van CEM II/A-M (vroeger PPz30).

Men kan ook plastisch of droogbereide cement-centralemortel gebruiken op voorwaarde dat deze:

  • Minder dan 15% lucht bevatten
  • Een hechting hebben van minstens 0,15 N/mm² op de gevelbaksteen
  • Door de mortelproducent als uitbloeiingsongevoelig gedefinieerd worden

Opmerking: Bij toepassing van gebruiksklare, droge of natte mortel is de mortelproducent verplicht de prestaties te waarborgen.
 

Zand (voorschriften)

Het gebruik van fijne fractie in het zand in de zin van de norm NBN B11-011 is verboden.

Met moet middelgrof tot grof natuurlijk zand gebruiken waarvan de korrelverdeling voor de fractie begrepen tussen 0,08 mm en 2 mm wordt bepaald in tabel 1; deze zandsoorten moeten bovendien aan de volgende eisen beantwoorden:

  • Doorval door de zeef met een maaswijdte van 0,080 mm bedraagt ten hoogste 7% van de droge massa van het zand
  • Zeeftest op de zeef met 2 mm maaswijdte mag slechts een minimale fractie bedragen (of niets) van de totale massa teneinde de verwerkbaarheid van de mortel niet te verminderen; in dezelfde geest worden de zandsoorten van de klasse D niet weerhouden
  • Gehalte aan organische stoffen mag ten hoogste 0,5% bedragen
  • Gehalte aan halogeniden mag ten hoogste 0,06% bedragen (klasse B van de norm NBN B11-004)
  • Vrij zijn van iedere oplosbare of onoplosbare stof die hun gebruik kan schaden (kleiklonters, organisch afval, sulfaten, ijzerzouten….)
     

Tabel 1

Korrelverdeling voor de fractie 0,08 mm / 2 mm

Gecumuleerde zeefrest (in%) die de beschouwde zandsoorten begrenst

2
1,0
0,50
0,25
0,125
0,080
A

0

0

0 à 15 

30 à 90

80 à 90

100

B

0

0

15 à 30

50 à 95

90 à 100

100

C

0

5 à 25

20 à 50

50 à 80

85 à 100

100

D

0

25 à 55

50 à 80

80 à 95

100

100

Bewijs van conformiteit

Alle op de bouwplaats afgeleverde zand moet voorzien zijn van een attest op de leveringsbon waarin wordt verklaard dat het zand voldoet aan de hierboven vermelde voorschriften en waarin het type zand (fractie 0,08 mm/2 mm) nauwkeurig vermeld wordt zoals gedefinieerd in tabel 1 van de onderhavige aanbevelingen. In geval de aannemer zand mengt op de bouwplaats, moet hij bewijzen dat het mengsel voldoet aan de hierboven vermelde bouwschriften van onderhavige aanbevelingen en dit door het type zand (fractie 0,08 mm/2 mm) nauwkeurig te vermelden, zoals gedefinieerd in tabel 1. Daartoe bezorgt hij de resultaten van de zeefanalyse uitgevoerd door een officieel organisme.
 

Hulpstoffen

Het gebruik van hulpstoffen is toegelaten indien de verwerkbaarheid van de mortel dient te worden verbeterd.

Deze hulpstoffen zijn met name:

  • Plastificeerders / waterreduceerders : de aan het aanmaakwater toe te voegen hoeveelheid moet door de fabrikant worden bepaald.
  • Luchtbelvormers: toevoeging aan de mortel van luchtbelvormers moet worden vermeden indien op de bouwplaats geen middel voorhanden is om de hoeveelheid ingesloten lucht te controleren; deze hoeveelheid van ingesloten lucht mag niet groter zijn dan 15% in volume tenzij anders voorgeschreven door de mortelproducent.

Wij vestigen er de aandacht op dat het gebruik van hulpstoffen kan leiden tot:

  • Een vermindering van de hechting van de mortel aan de baksteen; deze hechting mag niet kleiner zijn dan 0,02 N/mm² (waarde gemeten conform de kruisproef van de norm NBN B14-221) en mag niet in beschouwing worden genomen in de stabiliteitsberekeningen.
  • Een verhoging van het gevaar van uitbloeiingen.
     

Uitbloeiingen

Met de huidige stand van kennis kan geen enkele baksteen-mortelcombinatie als niet-uitbloeiiend worden gewaarborgd.

Om het gevaar van uitbloeiingen minimaal te houden, moet voornamelijk worden gelet op het volgende:

  • De muren doeltreffend beschermen (muurafdekkingen, dakoversteken,…) tegen overmatige waterpenetratie, dit niet alleen van de bovenste lagen maar van minstens 80 cm onder de laatste gemetselde laag
  • Niet metselen bij slagregen en het vers metselwerk afschermen tegen de regen (het dagelijks werk afschermen). Sterke bevochtiging van het metselwerk is een belangrijke factor in het verschijnsel van uitbloeiingen, en des te meer naarmate het metselwerk vers is
  • Steeds de mortel aanmaken met drinkbaar water om uitbloeiing tot een minimum te herleiden.
     

Spouw

Het voorzien van een waterafvoerende spouw met goed geplaatste spouwhaken en zonder “mortelbruggen” blijft de veiligste oplossing. De blijvende openheid van de spouw moet door de aard van de isolatie en de plaatsingsmethode bekomen worden.

Aan de voet van de spouw moeten de nodige voorzieningen getroffen worden om het geïnfiltreerd regenwater terug naar buiten te voeren, zonder dat het de kans krijgt om zijdelings of naar binnen toe, verder in de constructie te dringen (bvb. door waterkerende lagen, in “Z” geplaatst, met open stootvoegen onmiddellijk erboven). Hetzelfde geldt bij spouwonderbrekingen zoals boven ramen, deuren en doorgangen, of bij de overgang van buitengevel naar binnenmuur zoals bij schoorstenen, terrassen op de verdieping, aansluiting van gevel met naastliggende daken, enz.
 

Spouwhaken

Afhankelijk van de wijze van vermetselen van het binnen- en buitenspouwblad zijn er verschillende types spouwhaken op de markt. Bij verlijmd metselwerk moeten aangepaste spouwhaken gebruikt worden, die passen binnen de voegbreedte. De uiteinden van deze spouwhaken zijn afgeplat.

buitenspouwblad

traditionele mortel

traditionele mortel

verlijmd of dunbedmortel

verlijmd of dunbedmortel

binnenspouwblad

traditionele mortel

Porotherm PLS (verlijmd)

traditionele mortel

Porotherm PLS (verlijmd)

type spouwhaak

isolatieplug + anker

isolatieplug + anker

plat

plat

Tot slot vermelden we de akoestisch isolerende spouwhaak SonicPin, verdeeld door Wienerberger, die zijn toepassing vindt bij woningscheidende wanden.
 

Isolatie aanbrengen

De veiligste manier om metselwerk met ingewerkte isolatie op te trekken, bestaat erin om de isolatie aan te brengen tegen de vooraf gemetselde binnenmuren en pas nadien het gevelmetselwerk op te trekken (zogenaamde Hollandse bouwwijze). Op deze manier heeft men een goede controle op de correcte plaatsing van de isolatie en is de kans op vlekvorming door vocht en op regendoorslag praktisch onbestaand.

Wienerberger adviseert het gebruik van een luchtspouw; andere technieken zijn niet verboden, maar hebben minder tolerantie mogelijkheden en dus meer kans op problemen.

Bij traditioneel gevelmetselwerk is een luchtspouw van minimum 3 cm aanbevolen, bij gelijmd metselwerk wordt dit minimaal 2 cm.
 

Het kappen

De Porotherm snelbouwbakstenen laten zich gemakkelijk kappen. Ze vallen ook niet uiteen in ontelbare stukjes. Grote formaten worden best gezaagd want deze zijn onhandig om te kappen.
 

Bevestiging

Er is geen gevaar voor het loskomen van pluggen en bouten in muren opgetrokken met Porotherm bakstenen indien de pluggen aangebracht zijn volgens de voorschriften van de fabrikant van pluggen en bouten. Afhankelijk van de aard van het te bevestigen voorwerp en de te verwachten belasting, is er een uitgebreid gamma op de markt van performante, zowel mechanische als chemische, verankeringssystemen.
 

Verpakking

Wienerberger levert bijna al haar binnenmuurstenen omgeven van een krimpfolie en eventueel extra ombonden met een bindsnoer of op palletten. Wienerberger waakt over de toestand van de te leveren palletten en over de kwaliteit van haar krimpfolie, maar wijst er echter op dat zowel de pallet als de folie na een aantal maanden stockage aan kwaliteitsvermindering onderhevig zijn.
 

Volgende belangrijke informatie wordt daarom meegegeven:

De stenen staan op een wergwerppallet

Wij wijzen erop dat een dergelijke pallet enkel dient voor horizontaal transport en nooit om stenen te hijsen! Leveringen op de bouwplaats, m.a.w. het ontladen van de pakken, dienen dus steeds te gebeuren in de zeer nabije omgeving van de vrachtwagen! Het is veiligheidshalve niet toegestaan om verpakkingen vanop de vrachtwagen rechtstreeks op een funderingsplaat of op de gewelven te plaatsen, tenzij zij eerst op een extra stabiele en voldoende veilige drager werden geplaatst (europallet, bodemplaat, transportkorf, ed). Het is belangrijk de palletten te stockeren op een droge ondergrond om houtrot (en ook bevuiling van de stenen) tegen te gaan.
 

De krimphoes heeft een beperkte levensduur

De hoes omheen de stenen heeft een beperkte levensduur. Na verloop van tijd zal omwille van langdurige blootstelling aan UV-stralen de print gaan verkleuren en de folie zelf gaan degenereren waardoor deze broos wordt en snel kan scheuren. Het is in dit geval aangewezen om ofwel een extra folie omheen de bestaande te branden, ofwel het pak te voorzien van transportriemen of snoerbanden. Het spreekt voor zich dat stenen die enkel van een krimphoes zijn voorzien nooit zonder veilige drager (europallet, bodemplaat, transportkorf, ed) getransporteerd of gehesen mogen worden.

Tenslotte wijzen wij erop dat de werfverantwoordelijke steeds op de werf zelf het gevaar moet inschatten bij het behandelen van de palletten of pakken stenen, en de wettelijke regels en normen ter zake in acht moet nemen. Wienerberger neemt geen enkele aansprakelijkheid op bij eventuele ongevallen.
 

Bepleisteren van keramische binnenmuurstenen

De initiële wateropname van het Belgische gamma Porotherm behoort volgens de PTV23-003 meestal tot de klasse IW2, wat betekent dat het in ideale omstandigheden niet strikt nodig is om te grunderen. De keuze echter, voor het al of niet vooraf aanbrengen van een hechtingslaag, is sterk afhankelijk van het gebruikte type pleister, de situatie op de werf en de aannemer van de pleisterwerken. Deze dient zich dan ook steeds van de situatie ter plaatse te vergewissen en op basis daarvan te beslissen om al dan niet te grunderen. Hier dient men uit te gaan van het principe van goed vakmanschap van de bezetter.

Vaak wordt er door de bezetter gekozen voor een grundeerlaag omdat bepaalde pleisters op die manier beter verwerkbaar zijn, en zodoende een hoger rendement verkregen wordt. Dit is dan niet uitsluitend voor onze Porotherm, maar algemeen op alle snelbouwstenen van toepassing.

Map of dealers

Vind verdelers in uw buurt