Gevelrenovatie met Façabrick: advies

Façabrick combineert de voordelen van een gevelbekleding met de stootvastheid van gevelstenen. Funderingswerken zijn niet vereist. Het is een systeemopbouw waarbij steenstrippen aangebracht worden op harde isolatiepanelen. Ideaal wanneer er weinig ruimte beschikbaar is. Hieronder vindt u specifieke adviezen.

Voordelen van Façabrick

  • Er wordt een continu doorlopende isolatieschil gecreëerd. 
  • Door het aanbrengen van de isolatie aan de buitenzijde kunnen bestaande koudebruggen aangepakt worden. 
  • Er bestaan heel wat esthetische keuzemogelijkheden betreffende de afwerking met steenstrippen: tal van kleuren, texturen en formaten komen in aanmerking. 
  • Gevelsteensysteem met een beperkte dikte: de voordelen van isolatie en dunnere gevelbekledingen met elkaar gecombineerd. 
  • Bestaand schrijnwerk dient niet aangepast te worden indien het voldoet aan de vooropgestelde eisen. Vroegere investeringen gaan dus niet verloren. 
  • Door de reeds in de fabriek aangebrachte cementgebonden afwerkingslaag met geïntegreerd wapeningsnet gaat de uitvoering van de werken nog eens zo snel. 
  • Net als het schrijnwerk kunnen de dakconstructie en –isolatie behouden worden, eventueel mits aanpassingen ter hoogte van de aansluitingen tussen het gevelsysteem en de dakconstructie. 
  • Er ontstaan geen problemen betreffende bouwfysische aspecten. 
  • De thermische inertie van de keramische binnenmuur blijft behouden, wat niet het geval is wanneer er vanbinnen geïsoleerd wordt. Deze thermische massa heeft een bufferende werking (temperatuur) en zorgt voor een constant binnenklimaat. Dit verhoogt het comfortgevoel en vermindert de energiekosten. 
  • Duurzame gevel, onderhoudsarm, stootvast. 
  • De gevel wordt opgehangen aan de bestaande muur. Er zijn geen funderingswerken nodig. 
  • Waterondoorlatend door dubbele waterbarrière en geïntegreerd wapeningsnet. 
  • Door het geïntegreerde wapeningsnet wordt scheurvorming verhinderd.

Terug naar boven

Aansluiting op het buitenschrijnwerk

Om Façabrick correct te kunnen aansluiten met een Wienerberger zwelband en kitvoeg met rugvulling op het buitenschrijnwerk, is het noodzakelijk dat het gevelisolatiesysteem (afgewerkt) de kaders met minimaal 5 cm overlapt.

Deze afstand bepaalt mee in hoeverre het bestaande buitenschrijnwerk kan behouden worden. Indien er geen 5 cm voor handen is, zal het bestaande buitenspouwblad moeten aangepast worden.

Terug naar boven

De funderingsaanzet

De funderingsaanzet kan op verschillende manieren worden uitgevoerd:

  • Start van het gevelisolatiesysteem boven maaiveld met plint uit bijvoorbeeld steenstrippen of natuursteen
  • Start van het gevelisolatiesysteem onder maaiveld met plint uit steenstrippen of natuursteen (specifieke plintuitvoering)

Wanneer steenstrippen tot onder het maaiveld doorgetrokken worden, moeten ze met een speciale laag tegen vocht behandeld worden.

Het is belangrijk dat het gevelisolatiesysteem niet aan stagnerend vocht wordt blootgesteld. Daarom wordt aangeraden een noppenfolie en drainage te voorzien of de nodige maatregelen te nemen in de detaillering om het vocht weg te houden enerzijds van het systeem en anderzijds van de gebouwvoet.

Terug naar boven

Maak gebruik van de juiste materialen!

Façabrick - Schroefschotelpluggen
Façabrick - Schroefschotelpluggen

Façabrick moet steeds bijkomend mechanisch verankerd worden. Gebruik hiervoor enkel de geïsoleerde Wienerberger schroefschotelpluggen met thermische onderbreking. Bij gebruik van niet geïsoleerde pluggen treedt op vele plaatsen warmteverlies op. Dergelijke pluggen vormen stuk voor stuk kleine koudebruggen.

Terug naar boven

Façabrick - Wapeningsweefsel
Façabrick - Wapeningsweefsel

Om koudebruggen te vermijden in de aansluiting tussen een achteruitliggende plintzone en het Façabrick systeem, moet het bijgeleverde PVC startprofiel gebruikt worden (figuur). Deze wordt tussen het isolatiepaneel en de plintzone geschoven en beschermt de onderkant van het vooruitliggende Façabrickgedeelte tegen opspattend water.

Terug naar boven

Minimale horizontale en verticale oversteek bij dakranden en vensterbanken

De minimale horizontale oversteek bij dakranden en vensterbanken bedraagt, ten opzichte van de gevelafwerking, 30 mm. De minimale verticale oversteek van de dakrand ten opzichte van de aansluiting van het gevelisolatiesysteem bedraagt 50 mm. Vensterbanken moeten voorzien zijn van kopschotjes waterdicht aansluitend aan het tablet en raamkader om lokale bevochtiging en vlekvorming te vermijden.

Terug naar boven

Ondergrond: eisen

De ondergrond is het oppervlak waarop het gevelisolatiesysteem aangebracht wordt. De ondergrond dient aan de onderstaande eisen te beantwoorden:

  • De ondergrond dient droog te zijn en vrij van opstijgend vocht. Het materiaal dient zijn evenwichtsvochtgehalte bereikt te hebben. Voor baksteen geldt: evenwichtsgehalte (gewichts%) in een omgeving bij een temperatuur van 20°C en bij 
    - een relatieve vochtigheid van 65% : 0,3
    - een relatieve vochtigheid van 95% : 0,9
  • De ondergrond dient proper te zijn: vrij van stof, vuilafzettingen, mos, onstabiele delen, schilfers, schadelijke uitbloeiingen, zouten, vetten, suikers, oliën en waterafstotende producten,… In het geval dat de aanwezigheid van deze stoffen vastgesteld wordt, moeten zij voorafgaandelijk verwijderd worden met gepaste reinigingstechnieken.
  • Ondergronden die na het reinigen nog een poederige laag vertonen, moeten geïmpregneerd worden met Wienerberger primer.
  • De ondergrond moet draagkrachtig zijn.
  • De ondergrond dient voldoende vlak te zijn. Façabrick wordt geplaatst met mortellijm. Kleine oneffenheden tot 15 mm kunnen opgevangen worden door de kleefmortel gebruikt voor de verlijming van de isolatiepanelen. Hier moet dan wel gewerkt worden met de randstreep-methode (zie verder in het dossier).

Terug naar boven

Maximaal toegelaten afwijking op

De globale vlakheid onder de lat van 2m

De plaatselijke vlakheid/onregelmatigheid onder de lat van 0,2m

Vertical loodrechtheid - 1 verdiep (2,5 tot 3m)

Vertical loodrechtheid - gebouwhoogte

De horizontaliteit (de afstand 'd' tussen 2 punten op 1 lijn)

- d < 3 m

- 3m < d < 6 m

- 6 m < d < 15 m

Bij rechtheid bij metselwerk

De haaksheid (vensteraansluiting, ...)

Het niveauverschil in het buitenoppervlak

'Nieuwe' ondergrond: Metselwerk (1)

+- 8mm (5)

-

+- 8mm

+- 50mm

-

+- 8mm

+- 12mm

+- 16mm

(7)

-

(7)

'Nieuwe' ondergrond: Betonstructuur (2)

+- 8mm (5)

+- 5mm (6)

+- 8mm (6)

+- 16 tot 50mm (4)

-

-

-

-

+- 8mm

-

+- 5mm (6)

(1)Zie NBN EN 1996-2 ANB en het ontwerp van de STS 22 metselwerk voor laagbouw (te verschijnen)

(2)Zie NBN EN 13670 en zijn nationale bijlage NBN B15-400. De opgegeven afwijkingen gelden voor tolerantieklasse 2 (streng)
(te vermelden in het bijzondere bestek).

(3)Berekend met de geschikte formule uit (2) voor een vrije verdiepingshoogte ‘h’ van 3000 mm. 

(4)Bereken met de geschikte formule uit (2), afhankelijk van de hoogtes en het aantal verdiepingen.

(5)Een ondergrond met een afwijking tot 8 mm onder de lat van 2 m laat een plaatsing van de isolatiepanelen toe met mortellijm. 
Een afwijking tot 15 mm onder een lat van 2 m kan opgevangen worden door de isolatiepanelen te plaatsen met de rand-streep-methode.

(6)Een ondergrond met een afwijking tot 5 mm (vlakheid onder de lat van 0,2 m of niveauverschil) laat een plaatsing met mortellijm toe. 
Een afwijking van 10 mm onder de lat van 2 m kan opgevangen worden door de isolatiepanelen te plaatsen met de rand-streep-methode.

(7) Bij gebrek aan normatieve criteria raadt men aan om de toegelaten afwijking voor betonstructuren te hanteren.

  • Uitzettingsvoegen in de ondergrond dienen overgenomen te worden in het Façabrick systeem. 
  • Brede, lange of structurele scheuren en barsten in de ondergrond zijn voorwerp van een specifieke beoordeling. 
  • De ondergrond dient vrij te zijn van krimp. 
  • Voor, op of tegen de gevel bevestigde afvoerleidingen, roosters, bedradingen, enz. voor de aanvang van de isolatiewerkzaamheden demonteren. 
  • Metalen bouwdelen die in aanraking komen met het isolatiesysteem moeten voldoende corrosiewerend behandeld zijn. 
  • Eventueel uit de muur stekende elektriciteitskabels dienen in een wachtbuis geplaatst te worden of verwijderd te worden indien niet gebruikt.

Terug naar boven

Plaatsing enkel door een gespecialiseerde aannemer

Façabrick wordt geplaatst door een gespecialiseerde aannemer, die een opleiding genoot om het systeem deskundig aan te brengen. Een dergelijke opleiding wordt, na overleg met Wienerberger, op maat aangeboden. Alle benodigde producten worden door de systeemleverancier geleverd.

Plaatsing in praktijk: algemeen

  • Het isolatiesysteem kan aangebracht worden, vanaf het ogenblik dat het dak, de dakranden, de ramen en deuren, rolluikkasten, vensterbanken (horizontale afdekkingen) en eventueel plinten geplaatst zijn. 
  • Alle natte binnenwerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld chapewerken, pleisterwerken, … dienen uitgevoerd te zijn. 
    Indien dit door omstandigheden niet mogelijk is, moet er na de uitvoering van deze natte binnenwerkzaamheden het nodige gedaan worden om het vocht zo snel mogelijk uit het gebouw te krijgen.
  • Geperforeerde stenen, welfsels, e.d dienen voldoende afgeschermd te worden om wateropslag in holle ruimten tegen te gaan.
  • Het is van belang dat onmiddellijk de nodige voorzieningen getroffen worden om geconcentreerde waterafloop ter 
    hoogte van daktappen e.d. te vermijden.
  • Alle lagen dienen droog te zijn alvorens de volgende laag aan te brengen.
  • De stelling dient te voldoen aan de arbeidsvoorschriften. De plaatser moet ervoor zorgen dat de ruimte tussen de gevel en de stelling voldoende is, zodat het Façabrick systeem op een correcte en vlotte manier kan geplaatst worden. De bevestigingspunten van de stelling mogen een maximale diameter van 10 mm hebben, zodat deze achteraf op een eenvoudige manier met PUR-schuim kunnen dichtgemaakt worden.
  • Het bouwwerk dat moet worden bekleed en de geplaatste en nog te plaatsen isolatiepanelen dienen te worden afgeschermd van de zon door middel van een regenkap of beschermingsnet dat niet meer dan 30% van het zonlicht doorlaat.
  • Uitvoeringsomstandigheden:
    - Omgevings- en / of ondergrondtemperatuur hoger dan 5°C en lager dan 30°C
    - Niet bij regen; tenzij afgeschermd
    - Niet in volle zon; tenzij afgeschermd
    - Niet bij veel wind; tenzij afgeschermd
    - Minimum 24 uur na de stappen waar mortel aan te pas komt, dient het vorstvrij te zijn.

Terug naar boven

Plaatsing in praktijk: plaatsing van het startprofiel

  • Onderaan wordt een startprofiel in aluminium geplaatst (min. 30 cm boven het maaiveld), waarop de eerste laag isolatiepanelen geplaatst wordt. 
  • Dit profiel heeft enkel een afdichtende functie ter bescherming van de isolatie. 
  • Het startprofiel wordt om de 33 cm met schroefpluggen in de ondergrond bevestigd en onderling verbonden met startprofielverbindingsclips. 
  • De startprofielen dienen onderling op 3 mm van elkaar geplaatst te worden om uitzetting mogelijk te maken. 
  • Tussen het startprofiel en de achtergrond wordt steeds ter hoogte van de bevestigingen een afstandshouder van minimaal 5 mm geplaatst. Deze beperkt de koudebrugwerking en dient als garantie voor een minimale lijmlaagdikte achter de isolatie van 6,2 mm (incl. dikte van het profiel zelf). 
  • Bij niveauverschillen (maximum 5 mm - zie tabel toleranties) dient dit niveauverschil in rekening gebracht te worden bij de afstandhouders. 
  • De voegen onderling langs de bovenzijde afdichten door een stuk zwelband over de voeg te plaatsen. 
  • Aan het startprofiel mag niets rechtsreeks bevestigd worden.

Verankeringsdiepte schroefpluggen voor het vastzetten van de profielen:

  • Verankeringsdiepte beton, volle steen, holle steen: min. 25 mm 
  • Verankeringsdiepte cellenbeton: min. 65 mm 
  • De gaten moeten steeds 10 mm dieper voorgeboord worden dan de benodigde verankeringsdiepte met een boor van 8 mm. In geval van geperforeerde snelbouw is het belangrijk dat er niet kloppend wordt voorgeboord.

Terug naar boven

Plaatsing in praktijk: plaatsing van de isolatie

Installing façabrick
Installing façabrick
  • Van de eerste rij isolatiepanelen dient het uitstekende wapeningsnet onderaan 5 mm boven de onderkant van de druiprand van het startprofiel afgeknipt te worden zodat het wapeningsnet wel nog de opstaande kant van het profiel overdekt, maar geen vocht kan opzuigen. Dit dient te gebeuren vóór de plaatsing op het profiel. 
  • De hechtmortel aanbrengen volgens volgende methodes:
    • Kambed-methode: met behulp van een kamspaan 15*15 mm hechtmortel op de achterzijde over het gehele isolatiepaneel aanbrengen (100% verlijming)
    • Rand-streep-methode: Hierbij wordt op de randen op de achterzijde van het isolatiepaneel volledig rondom rond een strook kleefmortel aangebracht, met bijkomend 1 strook kleefmortel in het midden in de langsrichting en 2 bijkomende brede lijmstrepen in de dwarsrichting (percentage kleefoppervlak > 60% tov plaatoppervlak). Met deze manier van werken kunnen oneffenheden tot 15 mm in de ondergrond opgevangen worden.
  • De isolatiepanelen steeds in halfsteens verband aanbrengen. 
  • Ter plaatse van buiten- en binnenhoeken de panelen in verstek verzagen of geschrankt plaatsen. 
  • Het plaatverband niet laten samenvallen met materiaalovergangen in de ondergrond en met voegen tussen de Wienerberger startprofielen. 
  • De hoeken bij gevelopeningen uit gehele panelen zagen. 
  • De panelen kunnen op de bouwplaats worden verzaagd met behulp van een zaag, bij voorkeur voorzien van een Wolfraamcarbide zaagblad. 
  • Wanneer de isolatiepanelen tegen een ander materiaal geplaatst worden, moet de tand of groef van de plaat verwijderd worden om koudebruggen te voorkomen. 
  • De platen dienen steeds met hun tand naar boven geplaatst te worden. De uitstekende delen van het wapeningsnet dienen zich onderaan en aan de linkerkant te bevinden tijdens de plaatsing. 
  • Vanaf 14 cm isolatiedikte dienen de kopse kanten van de isolatiepanelen op buiten- en binnenhoeken van het gebouw verkleefd te worden met een niet expanderend polyurethaanlijmschuim. 
  • De isolatiepanelen goed aaneengesloten aanbrengen, waarbij de voorzijde van de isolatiepanelen een naadloos, effen vlak vormt. Open voegen moeten met isolatiestroken of indien de voegbreedte < 1 cm, met PUR-Pistolenschuim (droog- en hardingstijd minimaal 1 uur) opgevuld worden. 
  • Er mag geen mortel in de plaatvoegen aanwezig zijn of terecht komen. 
  • Platen waarbij er geen overlappend weefsel is (bijvoorbeeld door gezaagde passtukken) dienen bijgewapend te worden met een extra wapeningsweefsel met minimale overlapping van 10 cm. 
  • De droogtijd bedraagt tussen 24 uur en 48 uur in functie van de weersomstandigheden alvorens over te gaan tot verdere bewerkingen.
  • Platen ter hoogte van de plintzone zijn speciale Isomobrick plintzone-isolatieplaten met een hogere densiteit en standaard voorzien van een schuine kant. Voor specfieke informatie rond de plaatsing ter hoogte van de plintzone verwijzen wij graag 'Plaatsing in praktijk: plintzone' hieronder.

Terug naar boven

Plaatsing in praktijk: mechanische bevestiging

Installing façabrick
Installing façabrick
  • Het Façabrick systeem van Wienerberger moet altijd geplugd worden. 
  • Ter hoogte van de in de plaat voorziene verarmingen worden de Wienerberger schroefschotelpluggen (10 stuks/m²) aangebracht. 
  • De bevestiging mag nooit ter hoogte van de plaatranden gebeuren. 
  • Het roset van de schroefankers dient altijd volledig binnen de verarmde gedeeltes van het isolatiepaneel te vallen. 
  • De lengte van de plug is afhankelijk van de gekozen isolatiedikte en de ondergrond. Nadat de schroef is geplaatst dient men de schotelplug af te dichten met de bijgeleverde EPS-dopjes. 
  • In geval van kleinere op maat gesneden platen waarbij er geen volledige verarmingen in de plaat meer aanwezig zijn, dient er eerst een verarming gecreëerd te worden zonder beschadiging van het wapeningsnet alvorens de schroefschotelplug aan te brengen.

Verankeringsdiepte schroefschotelpluggen voor het vastzetten van de isolatie:

  • Verankeringsdiepte beton, volle steen, holle steen: min. 25 mm 
  • Verankeringsdiepte cellenbeton: min. 65 mm 
  • De gaten moeten steeds 10 mm dieper voorgeboord worden dan de benodigde verankeringsdiepte met een boor van 8 mm. In geval van geperforeerde snelbouw is het belangrijk dat er niet kloppend wordt voorgeboord.

Terug naar boven

Plaatsing in praktijk: afwerken van de isolatie

  • De schotelpluggen dienen vlak afgestreken te worden met bijgeleverde wapeningsmortel. 
  • Ook de naden van de platen worden verder afgedicht. 
  • De door het weefsel dringende mortel vlak afwerken. 
  • Er dient op gelet te worden dat bij het aanbrengen van de mortel, de wapening niet volledig omgeplooid wordt. Dit zouaanleiding kunnen geven tot afscheuren van het wapeningsnet.
  • Belangrijk is dat het weefsel 100% is ingebed. 
  • De weefselbanen moeten elkaar minimaal 10 cm overlappen. 
  • Ingesneden weefsels dienen steeds 10 cm overlapt te worden met een weefselstrook. 
  • De gemiddelde laagdikte bedraagt ca. 4 mm.

Terug naar boven

Plaatsing in praktijk: plaatsing van de strippen

  • De rand- en schroefschotelplugafwerking moet voldoende hard zijn alvorens de steenstrippen middels Wienerberger kleefmortel voor steenstrippen aan te brengen. 
  • De ondergrond dient stabiel, draagkrachtig, olie-, vet-, vuil- en stofvrij te zijn. 
  • Vooraleer de steenstrippen te verlijmen, dient de ondergrond minimaal 1 uur vantevoren volledig voorbehandeld te worden met Wienerberger primer. Ramen, dorpels en andere onberschermde delen dienen hierbij voldoende afgeschermd te worden. 
  • Bij het verkleven worden de steenstrippen op de “floating-buttering” manier aangebracht. De kleefmortel moet met een getande rvs-plakspaan (6*6 mm of 8*8 mm) horizontaal op de achterzijde van de steenstrip worden aangebracht, nadat deze stofvrij zijn gemaakt. Op de wapeningslaag wordt eveneens met dezelfde plakspaan de kleefmortel verticaal aangebracht. Dit verhoogt de weerstand tegen afschuiven. 
  • De steenstrippen worden al bewegend binnen 20 minuten (open tijd) in de mortel gedrukt om een optimale verkleving te bekomen. 
  • Controleer of het contactoppervlak van de lijm (vulgraad) een percentage van 100% van het totale oppervlak benadert. 
  • Controleer regelmatig slijtage van de lijmkamspaan om te voorkomen dat lijmrillen te dun worden opgezet. 
  • Plaats steenstrippen niet strak in de hoeken, vloer en/of plafond. 
  • De steenstrippen die onder het maaiveld komen instrijken met Wienerberger afdichtende pasta. 
  • Klassiek gemetseld uitzicht (foto 2): De voegen tussen de Wienerberger steenstrippen onderling liggen tussen 10 en 15 mm indien gekozen wordt voor traditioneel gemetseld uitzicht. 
  • Verlijmd uitzicht (foto 3): Indien gekozen wordt voor verlijmd uitzicht, dient de voegbreedte omwille van praktische uitvoering minimaal 5 mm te zijn.

Terug naar boven

Plaatsing in praktijk: opvoegen van de strippen

  • Na ten vroegste 24 uur kunnen de steenstrippen met een met kunsthars gemodificeerde voegmortel opgevoegd worden. 
  • Per project moet steeds voldoende voegmortel voorzien worden. Bij naleveringen is een lichte kleurnuance mogelijk. 
  • De diepte van de voeg moet minimaal 10 mm zijn. 
  • Eventueel voorbevochtigen en afdekken noodzakelijk i.f.v. de weersomstandigheden. 
  • Voegmortel goed en vol in de voegen aanbrengen en stevig aandrukken met het voegijzer.

Terug naar boven

Plaatsing in praktijk: hoekafwerking

Façabrick - Hoekwapeningsweefsel (PVC)
Façabrick - Hoekwapeningsweefsel (PVC)
  • Ter plaatse van buiten- en binnenhoeken de panelen in verstek verzagen of geschrankt plaatsen. 
  • Op alle buitenhoeken het Wienerberger hoekwapeningsweefsel met de wapeningsmortel aanbrengen. 
  • Het is belangrijk dat het wapeningsweefsel 100% is ingebed.
  • In alle binnenhoeken extra wapeningsweefsel aanbrengen.

Terug naar boven

Plaatsing in praktijk: aansluiting van het systeem met andere materialen

  • Tussen de isolatiepanelen en het andere materiaal wordt steeds een Wienerberger zwelband voorzien. 
  • Om te vermijden dat door de zwelband de plaat tijdens het uitharden van de lijm naar voor wordt geduwd is het aangewezen deze platen voorlopig vast te zetten met de schroefschotelpluggen. De rosetten van de schroefschotelplug mag selchts licht in contact koen met de verharding. pas na het uitharden van de lijm, mogen de platen definitief vastgezet worden.
  • Tussen de steenstrippen en het andere materiaal wordt steeds een kitvoeg met rugvulling voorzien. De diameter van de rugvulling is steeds 50% groter dan de breedte van de voeg.

Terug naar boven

Plaatsing in praktijk: plintzone

  • De te bekleden ondergrondse zone en een strook van minimaal 30 cm (effectieve hoogte van de plintzone) boven het maaiveld instrijken met de bij het systeem horende Wienerberger waterdichtende pasta (1:1 gemengd met Portlandcement en 5% waterverdund).
  • Na droging diezelfde pasta (1:1 gemengd met Portlandcement) met een rvs-plakspaan aanbrengen op de voorgestreken ondergrond. Vervolgens wordt aan de kleefmortel volume gegeven door een rvs-plakspaan vlak in de verse mortel te drukken en in één beweging er weer uit te trekken.
  • In deze laag onderaan een strook wapeningsweefsel aanbrengen zodanig dat deze na plaatsing van de plintzone-isolatie naar voor kan geplooid worden en de wapening van de plintzone-isolatie minimaal 10 cm overlapt. Er wordt onderaan een steun voorzien (bijv. houten lat) om de plintzone-isolatie niet op de grond te laten rusten. Dit om capillariteit te vermijden en zo de plint-zone te ontkoppelen van de ondergrond (bijv. het voetpad).
  • De Isomobrick plintzone-isolatie in een halfsteens verband en nauw aansluitend in de kleefmortel drukken en te lood plaatsen. De isolatiepanelen dienen over het volledige oppervlak verkleefd te zijn. De plintzone-isolatie wordt afgeschuind aangeleverd op de werf om het achteraf plaatsen van de noppenfolie mogelijk te maken. Bij plaatsing boven een verharding moet deze schuine kant afgezaagd worden.
  • Het wapeningsnet onderaan de plintzone wordt ingebed met de pasta (1:1 gemengd met Portlandcement) op het isolatiepaneel.
  • De schroefschotelpluggen worden geplaatst na uitharding van de achterliggende lijmlaag. De schroefschotelpluggen mogen enkel bovengronds aangebracht worden.
  • De achterliggende strook wapeningsweefsel naar voor plooien zodat deze de wapening van de plintzone-isolatie minimaal 10 cm overlapt en deze samen met de zijdelingse voegen en de schroefschotelpluggen aanstrijken met wapeningsmortel.
  • De overtollige pasta op de muur wordt weggeschraapt om de hogerliggende laag isolatie in het vlak te kunnen plaatsen.
  • Na uitdrogen van de wapeningsmortel de volledige zone tot 30 cm boven het maaiveld instrijken met Wienerberger waterdichtende pasta (1:1 gemengd met Portlandcement en 5% waterverdund).
  • Tot 30 cm boven het maaiveld de steenstrippen aanbrengen met Wienerberger kleefmortel voor steenstrippen.
  • De steenstrippen die onder het maaiveld doorgetrokken worden, dienen met een speciale laag tegen vocht behandeld te worden.
  • Stagnerend water rond het systeem moet voorkomen worden door een drainage en noppenfolie te voorzien.
  • Plint achteruit liggend geplaatst: 
    - De plintzone-isolatie moet aansluiten op het PVC-startprofiel. 
    - Door het PVC-startprofiel te gebruiken, worden koudebruggen vermeden. 
    - Een zwelband aanbrengen in het buitenste vlak tussen de bovenkant van de plintzone-plaat en het startprofiel.
  • Plint in hetzelfde vlak geplaatst: 
    - De gevelisolatiepanelen in hetzelfde vlak plaatsen als de plintzone-isolatie. 
    - In dit geval moet er geen startprofiel gebruikt worden.

Terug naar boven

Plaatsing in praktijk: aanmaken van de verschillende mortels

  • Aanmaken van de hechtmortel voor het verlijmen van de isolatiepanelen op de achtergrond:  
    - Giet ca. 5,75 ltr schoon leidingwater in een schone kuip.  
    - Strooi hierin 25 kg Wienerberger minerale kleef- en wapeningsmortel en laat de mortel zich verzadigen in het water (z.g. indrinken).  
    - Mix deze mortel met een mortel mixer op trage snelheid tot een homogene klontvrije massa.  
    - De aangemaakte mortel ca. 3 minuten laten staan en daarna kortstondig namixen.  
    - Verbruik: 6,0 kg per m².  
    - Praktische gebruiksduur: 30 minuten  
    - Droogtijd tot nieuwe bewerking: 24 tot 48 uur volgens de weersomstandigheden 

  • Aanmaken van de wapeningsmortel voor het afstrijken van de pluggen en de naden:  
    - Giet ca. 6,5 ltr schoon leidingwater in een schone kuip.  
    - Strooi hierin 25 kg Wienerberger minerale kleef- en wapeningsmortel en laat de mortel zich verzadigen in het water (z.g. indrinken).  
    - Mix deze mortel met een mortel mixer op trage snelheid tot een homogene klontvrije massa.  
    - De aangemaakte mortel ca. 3 minuten laten staan en daarna kortstondig namixen.  
    - Verbruik: 3 à 4 kg per m².  
    - Praktische gebruiksduur: 30 minuten  
    - Droogtijd tot nieuwe bewerking: 24 tot 48 uur volgens de weersomstandigheden. 

  • Aanmaken van de lijmmortel voor steenstrippen:  
    - Giet minimaal ca. 7,5 ltr (afhankelijk van de buitentemperatuur) schoon leidingwater in een schone kuip.  
    - Strooi hierin 25 kg Wienerberger kleefmortel voor steenstrippen en laat de mortel zich verzadigen in het water ( z.g. indrinken).  
    - Mix deze mortel tot een klontvrije en homogene massa, de aangemaakte mortel mixen op trage snelheid.  
    - De aangemaakte mortel ca. 4 minuten laten staan en daarna nog kortstondig mixen.  
    - Verbruik ca. 5,5 kg per m²  
    - Praktische gebruiksduur: maximaal 4 uur (bij 20°C)  
    - Droogtijd tot nieuwe bewerking: minimaal 24 uur

  • Stockage van de verschillende materialen tijdens de werken 
    - Tijdens de opslag en de plaatsing dienen de isolatiepanelen van het systeem te worden beschermd met regenkappen en/ of beschermingsnetten die niet meer dan 30% van het zonlicht doorlaten. 
    - De mortels dienen droog en vorstvrij gestockeerd te worden. 
    - De steenstrippen dienen tijdens transport en na levering op de werf afgeschermd te worden met regenkappen.

Terug naar boven

Te hanteren voegbreedtes

De voegbreedtes variëren van 10 tot 15 mm in geval van gemetseld uitzicht. Dankzij het uitgebreide kleurenpalet van zowel steenstrippen als voegmortels zijn vele kleurencombinaties mogelijk. Er kan ook gekozen worden voor een verlijmd uitzicht. In dit geval dient de voegbreedte omwille van praktische redenen minimum 5 mm te zijn.

Terug naar boven

Technische specificaties voor gevelsteenstrippen

De volgende technische specificaties voor de steenstrippen zijn zeer belangrijk:

  • Maximale oppervlakte: 0,09 m2 
  • Dikte: ± 22 mm 
  • Maximaal gewicht: 45 kg/m2 
  • ‘Zeer vorstbestand’ volgens NBN B23-003 (hoogste klasse) of Euroklasse F2
  • Minimale helderheidswaarde = 10; bij gebruik van steenstrippen met een lagere helderheidswaarde wordt dit project per project bekeken. Gelieve hiervoor contact op te nemen met onze technische dienst.

Terug naar boven

Type steenstrippen en het metselverband

Gevelsteenstrippen worden verzaagd uit de traditionele gevelstenen en hebben bijgevolg dezelfde afmetingen.

Standaard zijn er “de plaketten” en de “hoeksteenstrippen”. Plaketten hebben de afmetingen van een strek, hoeksteenstrippen de afmetingen van een kop en een strek. Andere strippen, zoals koppen, hoekstrippen onder hoeken afwijkend van 90°,…zijn op speciale aanvraag en onder andere voorwaarden te verkrijgen.

Standaardstrippen gezaagd uit een gevelsteen: Links: een standaardstrip. Midden en rechts: de standaard hoeksteenstrip. Zoolstrippen en hoekzoolstrippen zijn eveneens standaard mogelijk.

Voorgaande is belangrijk met betrekking tot het uittekenen van het metselverband. Ook bij detailleringen, zoals bijvoorbeeld een uitkraging, valt op voorhand na te denken over het metselverband, zoals uit onderstaande voorbeeld blijkt.

  1. strippen met de afmetingen van koppen verzaagd uit plaketten 
  2. strippen verzaagd uit plaketten 
  3. aangepaste voegdikte

Verband valt niet aan te houden langs de onderkant.

  • 1 en 3: smalle strippen verzaagd uit plaketten. In deze situatie is dit esthetisch verantwoord daar die strippen ongeveer dezelfde breedte hebben als de dikte van een strip en er zo symmetrie in het verband komt. Deze strippen zijn wel heel moeilijk te verzagen en dus dient met een zekere uitval rekening te worden gehouden. Ook het verlijmen van dergelijke smalle strippen vraagt extra aandacht. Bij voorkeur worden deze smalle strippen vermeden! 
  • 3: om deze smalle strippen te vermijden, zou men, indien mogelijk beter het verband aan de onderzijde 90° draaien 2 en 
  • 4: verzaagde strippen uit plaketten

Bovenstaand werden twee van de vele verschillende mogelijkheden om een uitkraging te bekleden geïllustreerd. Er werd in dit voorbeeld gebruik gemaakt van steenformaat M50. Bovendien werd er geopteerd om aan de voorzijde het gebruik van strippen onzichtbaar te houden. Dit is louter illustratief, de detaillering moet echter steeds projectmatig worden bekeken. Verzagen van strippen valt niet uit te sluiten. 

Terug naar boven

Vertrouw op een 'systeem'

Façabrick is laagsgewijs opgebouwd. De verschillende lagen zijn - elk met hun specifieke eigenschappen - op elkaar afgestemd en grondig getest.

Steenstrippen, voegmortel, kleefmortel, isolatiepanelen, pluggen, wapeningslagen,… behoren tot het gevelisolatiesysteem. Zij dienen gezamenlijk te worden aangekocht bij één leverancier.

Terug naar boven

Voorzien van dilatatievoegen

Dilatatievoegen voor het opvangen van thermische spanningen zijn doorgaans 10 tot 15 mm breed en snijden gedeeltelijk of de volledige dikte van de isolatie in. Bij dilatatievoegen die over de volledige dikte van de isolatie lopen, wordt een minder dens, meer comprimeerbaar isolatiemateriaal geplaatst. Vervolgens wordt de voeg met het oog op wind- en slagregendichtheid afgewerkt met een kitvoeg met rugvulling. De diameter van de rugvulling moet steeds 50% groter zijn dan de breedte van de voeg.

Uitzetvoegen in de constructie dienen uitgevoerd te worden met een minder dens, meer comprimeerbaar isolatiemateriaal in combinatie met een dilatatieprofiel en rugvulling met kitvoeg.

De plaats van de dilatatievoegen verschilt van project tot project. Als algemene regel wordt aanbevolen om de aaneengesloten vlakken van baksteenstrippen te beperken tot maximaal 6 m x 6 m.

Dergelijke voegen worden voor aanvang van de werken met alle partijen besproken.

Terug naar boven